't Notenbalkske: Van stencil tot diskette

Toen ons korpseigen blad ontstond, zo'n 25 jaar geleden, leefden we als het ware in de middeleeuwen van de grafische technieken. In die pioniersjaren was een kernploeg aan de slag gegaan om onze Harmonie een eigen ledenblad te bezorgen. Kersvers dirigent François Peleman en Robert Mertens namen de dagelijkse leiding in handen. Voor typwerk, afdruk, sorteren en nieten waren Achiel Mertens en zijn Yvette driemaandelijks een mooi aantal uren zoet.
Wie het stencil-procédé nog kent, weet welke omslachtige bewerkingen ermee gepaard gingen: typen op een soort dun papierweefsel, corrigeren met iets dat erg op nagellak leek, de stencils deskundig op de stencileermachine spannen (één stencil per keer), met de hand de handel van de cilinder ronddraaien zoveel keer als men exemplaren nodig heeft, de verschillende afdrukken op stapels leggen en zowat driehonderd keer rond de tafel stappen om het boekje samen te rapen. Nog nieten en de adressen aanbrengen (in het begin nog schrijven) en de boekjes waren verzendesklaar, wat wil zeggen dat ze de eerste jaren nog door de kerngroep en enkele vrijwilligers aan huis werden bezorgd.
Van in het voorjaar '78 tot tien jaar later zou dit het arbeidsintensieve scenario blijven, waarop ruim 40 Notenbalkskes tot stand kwamen. Alleen de hardnekkige overtuiging en motivatie van de kerngroep en van vele gelegenheidsauteurs en ontwerpers maakten dat, ondanks het vele en ondankbare werk, elk Notenbalkske verscheen, en op tijd!
Robert bleek in de loop van '84 ernstig ziek. Toch liet hij niet af en werkte nog mee aan het nummer van het voorjaar '88, luttele weken voor zijn overlijden in mei. Toen werd het even erg stil. Naast de verslagenheid in de rangen van de Harmonie trad een soort verlamming op in de kerngroep van ons korpsblad. Niemand zag zijn beroepstaken te combineren met de continue zorg en met de stapels werk die de uitgave van het blad meebrachten. Bovendien stelde zich het probleem van de toegang tot afdruktoestellen.
Tot ik [Pierre Mertens] op vraag van toenmalig voorzitter Frans Moeyersoon en van de chef de eindredactie en de verantwoordelijkheid over de aanmaak op mij nam. Als onderwijsmens had ik toch tijd 'met hopen'. Dus.
't Notenbalkske verhuisde met hebben en houden naar Geraardsbergen. De technologie werd aangepast: nu werd getypt op gewoon papier (in die jaren typte mijn vrouw zowat 800 pagina's), dan gereduceerd, geknipt, geplakt en geschikt, illustraties toegevoegd, en af en toe een mislukte poging tot publicatie van een foto. Het tafellopen voor het uitrapen, het plooien en nieten bleven wel onveranderd. Dit duurde tot ruim dertig nummers verder.
Dan was het tijd dat ons blad terugkeerde waar het thuishoorde: in Lebbeke. Frans Ravijts, die reeds een aantal jaren tot de kerngroep was toegetreden, nam vanaf '96 de eindredactie en coördinatie over. De moderne technologie werd nu volop ingeschakeld. Met Luc Van Weyenbergh en Paul Van Belle haalde men twee ICT-acrobaten binnen. Zij maakten van het Notenbalkske een modern, verzorgd, eigentijds blad. Het drukken, sorteren en samenstellen werd nu overgelaten aan een beroepsdrukker, wat de kwaliteit ten goede kwam, maar de kostprijs verdrievoudigde.
Is het Notenbalkske, dat nu honderd (nummers) wordt, nog een lang leven beschoren? Zolang er overtuigde en geëngageerde mensen zijn zoals de huidige eindredacteur Frans en zijn ploeg, zolang de kerngroep gedreven blijft, zolang vrijwillige redacteurs voor pittige en levensechte artikels willen zorgen, zal het blad nog niet zo vlug vervangen worden door een soort semestriële nieuwsbrief. Men vergete niet dat ons korpsblad door menig lid van de Harmonie volledig wordt uitgelezen. Men vergete niet dat dit blad de muzikanten als een team laat werken en de onderlinge communicatie bevordert. Men vergete niet dat het Notenbalkske is uitgegroeid tot een bekende plaatselijke publicatie die haar plaats heeft naast bladen zoals het Heemkundig tijdschrift en het Kramiekske.
Pierre Mertens
Dit artikel is eveneens terug te vinden in 't Notenbalkske nr. 100 van februari 2003.